In de microbiologie wordt onderscheid gemaakt tussen de begrippen steriliseren en desinfecteren. Door middel van desinfectie wordt het aantal micro-organismen teruggedrongen tot acceptabele waarden. Wat “acceptabel” is, verschilt per situatie. Volledige ontsmetting is mogelijk door te steriliseren. Steriliteit is een absoluut begrip en geeft aan dat levende micro-organismen nadien niet kunnen worden aangetoond.
Waar wordt desinfectie toegepast en waarom
In vrijwel alle branches wordt er gebruik gemaakt van desinfectie, zoals de agrarische sectoren, ziekenhuizen, levensmiddelenindustrie, de recreatieve sectoren en ook zwemwater. In het buitenland wordt drinkwater behandeld met desinfectiemiddelen.
We kunnen ons niet meer een vers stukje vlees op het bord voorstellen als er geen desinfectie zou bestaan; de intensieve veeteelt zou onmogelijk zijn door epidemieën als we de ziekteverwekkers niet zouden indammen door periodieke desinfectie. Het voorkomen van dierziekten door goede reiniging en ontsmetting is veel goedkoper en voorkomt dierenleed.
Door in de zorgsector desinfectiemiddelen op de juiste manier toe te passen, kunnen besmettingen van apparatuur, patiënten en medewerkers worden voorkomen. Het voorkomen van besmetting wordt ook steeds belangrijker doordat micro-organismen steeds meer bestand zijn tegen antibiotica (toenemende resistentie). Een voorbeeld hiervan is de MRSA-bacterie. Infecties kunnen voor de relatief zwakke patiënt ernstige gevolgen hebben en zijn een belangrijke kostenpost voor de gezondheidszorg.
In laboratoria wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan dat onmogelijk zou worden als dit verstoord wordt door de groei van micro-organismen.
In de privé-sfeer is desinfectie geen must zo is gebleken uit onderzoek, hoewel er nog steeds in een groot aantal huishoudens risico’s worden genomen, zoals het gebruik van het beruchte vaatdoekje, uitwisseling van tandenborstels door gezinsleden en vergeten om handen te wassen na het toiletgebruik.
Micro-organismen
De meeste micro-organismen zijn van belang voor een goed milieu. We spreken dan ook van pathogene micro-organismen als ze de gezondheid bedreigen. En waarop we doelen als we over desinfectie spreken. De grote groep micro-organismen kunnen we onderverdelen in:
Bacteriën: salmonella, campylo-bacter, pseudomonas, stafylokokken, streptokokken, listeria, colibacteriën, legionella Gisten: Candida albicans en Saccharomyces cerevisiae. Schimmels: Aspergillus fumigatus, Aspergillus niger, Fusarium spec. Virussen: vogel- en varkenspest, mond- en klauwzeer, virus van Aujeszky en SARS. Alg: blauwalg.
Desinfectiemiddelen
Zon en zout zijn de oudste desinfectiemethoden. Levensmiddelen werden en worden nog steeds gedroogd en/of gezouten. Daaarnaast ondergaan levensmiddelen juist een conserveringsproces dat door bacteriën wordt voltrokken. Kaas, yoghurt, wijn, bier en Hollandse Nieuwe zijn mooie voorbeelden.
Waar we het hier over hebben is desinfectie van oppervlakken om her- of kruisbesmetting van de ene besmettingsbron op de ander te voorkomen. Denk aan een snijplank, een deurkruk, een mes, maar ook de vloer, de lucht of water en vooral de handen als medium voor de besmetting van andere oppervlakken.
Eerst wordt het verdachte oppervlak grondig gereinigd. Na reiniging en afspoeling, waarbij de voedingsbron voor veel ziekteverwekkende micro-organismen wordt weggenomen, is in veel gevallen een desinfectieronde nodig. Dit is een handeling meestal met een chemicalie, waardoor micro-organismen worden gedood of vernietigd. Daarvoor zijn een beperkt aantal actieve stoffen beschikbaar.
De hoofdgroepen zijn:
quaternaire ammoniumverbindingen (quats)
aldehydes
halogenen (chloor, peroxides, Jodium)
alcohol
perazijnzuur
Nog los van de omstandigheden waarin we willen desinfecteren, is de werking van de diverse actieve stoffen anders en is ook het effect op de verschillende micro-organismen anders. Quats veranderen de oppervlaktespanning waardoor bacteriën dood gaan. Aldehyden tasten de eiwitstructuur aan, halogenen gaan een verbrandingsreactie aan met organisch materiaal en alcoholen breken eiwitstructuren af. Perazijnzuur dringt in het micro-organisme het onderbreekt daar de stofwisselingsfunctie.
Dus kan gesteld worden dat er geen universeel desinfectiemiddel is, dat in alle gevallen gebruikt kan worden om een optimaal desinfectie resultaat te bereiken. Omgevingstemperatuur, gevoeligheid van te desinfecteren oppervlakken, de te vernietigen micro-organismen, ruwheid van het oppervlak dus de mate waarin het oppervlak echt schoon gemaakt kan worden. Dit zijn allemaal factoren die mede bepalen welk middel het beste resultaat zal opleveren.

Maar ook concentratie en contacttijd spelen een belangrijke rol voor het bereiken van het gewenste desinfectie resultaat.
Belangrijk tips:
Meng nooit reinigings- en of desinfectiemiddelen.
Tijdens het mengen en aanbrengen is het van belang de huid en ogen goed te beschermen.
Waterdichte kleding en een veiligheidsbril zijn geen overbodige luxe.
Draag ook een gezichtsmasker om inademing van desinfectie nevel te voorkomen.
Hanteer de juiste dosering, soms kan een overdosering (net als een onderdosering) een slechter resultaat opleveren.
Laat de desinfectieoplossing zo lang inwerken als op de gebruiksaanwijzing is aangegeven.
Oppervlakken die met eet- en drinkwaren in contact kunnen komen moeten altijd na de inwerkingstijd met schoon water worden afgespoeld.
Gebruik altijd schoon materiaal (dweil, bezem etc.) en desinfecteer deze ook regelmatig.
Toelatingen in Nederland
Desinfectiemiddelen vallen onder de Wet Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden(Biocidenrichtlijn). Deze wet stelt eisen waaraan biociden moeten voldoen, voordat zij op de markt mogen worden gebracht. Deze eisen hebben betrekking op milieu, gezondheid, risico's en natuurlijk werkzaamheid. In Nederland worden toegelaten middelen voorzien van een N-nummer. Het instituut dat deze toelatingen afgeeft is het College Toelating Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (CTGB). Zie voor een goed overzicht van Nederlandse wetgeving op ons gebied de site van de NVZ.
De Europese wetgeving
In april 1998 is de Europese Biociderichtlijn (98/8/EG) gepubliceerd. De richtlijn legt de regels vast voor de toelating van biociden op de Europese markt. Daarnaast voorziet de richtlijn in de vaststelling van een positieve lijst van stoffen die in biociden mogen worden gebruikt, op basis van bewezen werkzaamheid en veiligheid van die stoffen. Deze wet zal integraal van kracht zijn rond 2015. Tot die datum kan de nederlandse overheid specifieke overgangsregelingen treffen.
NVZ-Nedefa branchevereniging
De branchevereniging voor bedrijven die zich bezighouden met het op de markt brengen van desinfectiemiddelen in Nederland is de Nedefa . Nedefa is de sectie van de Nederlandse Vereniging van Zeepfabrikanten die de belangen behartigt van Nederlandse leveranciers van desinfectiemiddelen. NVZ-Nedefa kan vanwege haar deskundigheid en contacten in de markt als intermediair optreden tussen de overheid en bedrijven. VEIP disinfectants was medeoprichter van de Nedefa.